Mede (on)mogelijk gemaakt: Verlangen naar de tweede slok
€1,3 miljard euro subsidie gaat er per jaar in Europa naar wijn. Om te kunnen concurreren met de Chileense, de Australische en de Zuid-Afrikaanse. Maar ook om wijnboeren te bewegen toch vooral een ander beroep te kiezen. We hebben in Europa namelijk een wijnplas.
Het wijnoverschot is het gevolg van jarenlange beschermende maatregelen. Nu wil Europa dat er in de wijnsector meer marktwerking gaat optreden. En dus gaat een aanzienlijk deel van de subsidie, zo’n €500 miljoen, naar boeren die bereid zijn hun wijngaard op te geven.
In dit klimaat zijn er in Nederland steeds meer mensen die juist een wijngaard beginnen. En ja, ze worden door velen voor gek verklaard. “Maar als je ziet hoe wijn gemaakt wordt, hoe het van een druif in een stinkende massa verandert, en dan in een heerlijke wijn. Dan word je gewoon verliefd.” René Bliekendaal zegt het. Hij heeft een wijngaard in Almere, op een heuvel. Hij kan er niet van leven; de wijngaard gaat duizend flessen per jaar opleveren, zo’n €8000 euro. En dus heeft René er een baan naast. “De combinatie maakt het te doen.” Voor René en de andere Nederlandse wijnboeren is er geen Europese subsidie. Maar van René hoeft dat ook niet. Als ondernemer heeft hij een kostenmodel bedacht. Hij gaat de wijngaard combineren met een zorgboerderij.
Wijnschrijver Hubrecht Duijker schetst hoeveel geld het kost om in Nederland een wijngaard te beginnen: €125.000. “En daar zit de grond nog niet bij in. En als je er een kelder bij wilt, kost dat nog eens zo’n €110.000”. Maar Duijker is wel positief over de Nederlandse wijn. “De laatste tijd heb ik een aantal wijnen geproefd, waarvan de eerste slok me meteen deed verlangen naar een tweede.”




